Wees voorzichtig met voorspellingen op basis van projectie

23.03.15

“We heb­ben recht op klagen, maar niet op zagen. Het ons beken­de ver­leden projecteren op de toekomst is overigens fout.” Dat verklaarde voorzit­ter van de Jon­ge­renka­mer van de Confede­ratie Bouw Limburg Joeri Haex tegenover de zowat 300 ”bouwers aan de toekomst” die op vrijdag 13 maart het Feest van de Aannemer bijwoonden in Hangar 58 in het Domein van Bokrijk. Stand-up comedians Soe Nsuki en Thomas Smith zorgden voor de vrolijke noot, waarna Knappe Koppen en Nerveus voor de muzikale achtergrond zorgden tijdens het walking dinner.

 

“Het is mijn taak om samen met de nieuwe generatie naar de toekomst te kijken en ons hierop voor te bereiden. We worden geconfron­teerd met een laagconjunctuur en zijn zowel in de bouw als in de wegenbouw dicht bij de grond geland. Budgetten gaan eraan en we blij­ven kampen met een hoge loonkost en de daarmee gepaard gaande oneerlijke concurrentie via detachering. We heb­ben echter wel recht op klagen, maar niet op zagen. De toekomst is im­mers vaak anders dan we voorspellen. Voorspellingen zijn meestal gebaseerd op projecties, waarbij we het ons beken­de ver­leden projecteren op de toekomst, en dat is fout. Zo werd in de ja­ren zeventig van vorige eeuw voorspeld dat zowat iedereen met de komst van de com­puter zijn job zou verliezen. Tegen de eeuwwisseling zorgde die computer daaren­tegen zelfs voor een tekort aan arbeidskrachten. Daarnaast overheer­ste een tiental jaar geleden bij de aanvang van de eco­nomische recessie de stelling dat de bouw­sector stabiel zou blij­ven om­dat hij onmo­gelijk kan verplaatst wor­den naar lageloonlanden. De lageloonlanden zijn echter naar hier zijn gekomen. Maar ook dat probleem zal, weliswaar met heel wat schade, uiteindelijk wor­den achterhaald. Een beter controleproces en een betere regulering kunnen het tij keren”, oppert Joeri Haex.

 

Woningen veranderen tien keer,
snel­ler dan vroeger.

Vol­gens de voorzit­ter van de Lim­burgse Jon­ge­renka­mer moeten we inzien dat we niet alleen bouwen aan de toekomst met bv. nieu­we schoolinfrastructuur en flats, maar ook bouwen met en aan ons verleden. “De vergrijzing laat zich zich van haar kleurige kant be­kijken wan­neer het de bouw van zorgcentra betreft, maar er is ook nog zoiets als herbestemming. Wat doen we met alles wat te groot en te duur is en waarin men niet meer gelooft? Ons openbaar patrimonium staat voorop, maar ook de herbestemming van onze stedelijke centra komt in de kijker. Dat is de jongste weken overigens erg aan de orde, want Uplace zou de omliggende kernen alle denkbare schade aandoen. Dat kan zo zijn, maar ik denk dat de online verkoop via het internet een veel groter effect heeft op de detailhandel die blijkbaar minder opvalt”, meent hij.

 

Renovatielening

Renovatie wordt steeds belangrijker en was niet voor niets één van de grote thema’s van Batibouw; wo­ningen veranderen im­mers tien keer snel­ler dan vroeger. Bovendien kondigde de provin­cie Limburg zo­pas de Lim­burgse renovatiele­ning aan. “Men start met een rollend fonds voor woningrenovatie, waarmee men een bijkomend laagdrempelig consumentenkrediet van 30.000 € mo­gelijk maakt bovenop de Vlaam­se renovatiele­ning van 10.000 €. Als Limburgers kun­nen wij deze voorzet alleen maar toejuichen”, glundert Joeri Haex.

 

Terwijl de zichtbare bouw beter, mooier en functioneler wordt, wint het onzichtbare volgens hem aan belang. Systemen voor verwarming, koeling, ventilatie en datacommunicatie wor­den steeds complexer en efficiënter. Terwijl sommige ontwikkelingen pijlsnel verlopen, duren an­dere echter langer dan verwacht. Energieneutraliteit is de uitdaging, alleszins van­daag nog.

 

“De energienormen zijn soms te performant, maar laat ons voorzichtig zijn met voorspellingen op basis van projectie. Als de opwarming zich morgen nog meer laat voelen en we het beste kun­nen halen uit hernieuw­ba­re energie is die re­novatie in dat perspec­tief van minder belang en moet niet elk individu een onhaalbare investering doen in energieneutraliteit. De toekomst is op zijn minst boeiend te noemen”, beseft de voorzit­ter van de Jongerenka­mer van de Confede­ratie Bouw Limburg.

 

De transitie en de professionalisering wor­den ook in de eigen orga­nisatie voortgezet, signaleert hij. “Om de instroom van geëngageerde jonge bedrijfsleiders te stimuleren, heb­ben we de raad van bestuur bij de Jon­ge­renka­mer uitge­breid met twee nieu­we personen: Jan Folens, directeur van Betonac, en Steven Lisens, zaakvoerder bij Baldewijns. De doorstro­ming en verankering van leden van de Jongerenka­mer was een ander werkpunt en in dit kader wordt de leeftijdsgrens bij de Jon­ge­renka­mer opgetrokken naar 42 jaar, waarbij men vanaf zijn 41ste automatisch wordt uitgenodigd op de bestuursvergadering van 41-Bouw. De twee werkgroepen zul­len ook nauwer samenwer­ken bij allerhande activiteiten”, verklaart Joeri Haex. Hij bedankt ook uitdruk­kelijk Jan Haesevoets en de hele bestuursploeg van de 41 voor hun jonge geest en hun geloof in deze werking.

 

“Elke verandering biedt nieu­we kansen. Ik ben er­van overtuigd dat de Confederatie Bouw Limburg deze mogelijkheden positief zal benaderen en een voortrekkersrol zal spelen in het continue veranderingsproces. Ze moet voor kennisopbouw zor­gen en de brug vormen met de academische wereld. Tijden veranderen en wan­neer we niet ingrijpen, zul­len we volgens het hui­dige groeipad binnen een vijftal jaar allemaal zowat 100.000 mails per jaar moeten verwerken. Tel daar­bij de vele vergaderingen en overlegmomenten, waarmee we nu al vaak geconfronteerd worden, en je beseft dat het elke dag weer een beetje lastiger wordt om eenvoudig iets op eigen initiatief te ondernemen. Nochtans is het net dat waaraan u en ik in onze hypergesofisticeerde leefomgeving nood zul­len hebben. Ook hier moeten we kun­nen rekenen op het collectieve voordeel van deze organisatie. We moeten gewoon onbezorgd kun­nen doen wat moet”, oppert de voorzit­ter van de Lim­burgse Jongerenkamer.

 

Tot slot staat hij stil bij het recente overlijden van twee bouwers die generaties lang hun stempel heb­ben gedrukt op de Lim­burgse sector.

 

“Willy Knippenberg en Henri Keulen zijn ons zoals steeds te vroeg ontvallen. In naam van ons allen wensen we al hun naasten en kennissen veel sterkte en vooral veel goede herinneringen aan wie ze heeft gekend”, be­sluit hij. - JL

Nieuws Archief